Kennisquiz VIND Burgerzaken

Foto kennisquiz

Antwoorden met toelichting en verwijzing naar de kennisbank

Hieronder kunt u nogmaals de vragen teruglezen van de Kennisquiz VIND Burgerzaken 2018 met daarbij het juiste antwoord, een toelichting hierop en een verwijzing naar de plaats in de kennisbank waar u het onderwerp terug kunt vinden.

Vraag 1

Mollie die staat ingeschreven in de gemeente E, overlijdt in de gemeente A. De begrafenisondernemer die het overlijden afhandelt, treft het stoffelijk overschot van Mollie echter aan in de buurgemeente B waar het zolang in het kerkgebouw werd ondergebracht. Hij brengt Mollie naar de aangrenzende gemeente C waar hij zijn mortuarium heeft. Nu blijkt Mollie straatarm te zijn en niemand wil de kosten voor de begrafenis op zich nemen.

 

Wie kan aangesproken worden voor de kosten?

Antwoord

d) De verantwoordelijkheid ligt bij de burgemeester van de gemeente waar Mollie zich bevindt op het moment dat wordt besloten om het lijk de begraven: de burgemeester van de gemeente C.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Directe nabestaanden zijn verantwoordelijk voor de lijkbezorging van hun overleden dierbare. Maar als iemand overlijdt en niemand zorgt voor de lijkbezorging, dan moet de burgemeester dat doen volgens art. 21 lid 1 Wet op de lijkbezorging. Nog ruimer gesteld: de burgemeester van de gemeente waar de overledene zich bevindt op het moment dat wordt geconstateerd dat niemand iets doet in het kader van de lijkbezorging.

 

Meer informatie:

Zie Uitleg: Ambtenaar van de burgerlijke stand en de Wet op de lijkbezorging, onder: Voorziening lijkbezorging door burgemeester.

Vraag 2

Gegevens over het overlijden in het buitenland kunnen voor ingeschrevenen geregistreerd worden in de BRP. Wie moet zorgen voor een brondocument?

Antwoord

d)  Nabestaanden zoals echtgenoot of geregistreerd partner moeten op verzoek van de gemeente een bewijsstuk leveren aan de woongemeente van de overledene.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Art 2.51 Wet BRP

Vraag 3

Carel heeft een naturalisatieverzoek ingediend dat wordt gehonoreerd. Hij krijgt op 8 januari 2017 een bevestigingsbrief van de IND, waarin is opgenomen dat de bevestiging op 2 januari 2017 is ondertekend. De week erna op 15 januari 2017 krijgt hij een uitnodiging om bij de naturalisatieceremonie op 23 februari 2017 te zijn. De stukken zijn door zijn moeder aan hem toegestuurd.

 

Carel is net twee weken begonnen met een stage in Dubai en dient per mail en schriftelijk op 23 januari 2017 een verzoek in bij de burgemeester, om niet in persoon op de naturalisatieceremonie te hoeven verschijnen.

 

Hij is bang om zijn toekomstige baan te verliezen, als hij nu al verlof moet aanvragen om naar Nederland te reizen. De burgemeester wijst het verzoek af en Carel gaat in bezwaar tegen dit besluit. Het bezwaar wordt ongegrond verklaard en ook het beroep dat Carel indient wordt ongegrond verklaard. Carel gaat niet in hoger beroep. De uitspraak van de rechtbank is op 23 juli 2017 in kracht van gewijsde gegaan.

 

Op welk moment vervalt het naturalisatiebesluit en moet Carel een nieuw verzoek indienen?

Antwoord

c) Het naturalisatiebesluit vervalt als Carel niet voor 3 juli 2018 op de naturalisatieceremonie verschijnt.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Het naturalisatiebesluit vervalt wanneer een jaar na de dag van ondertekening van het naturalisatiebesluit is verstreken, zonder dat de naturalisandus (op een naturalisatieceremonie) is verschenen en het besluit hierdoor dus niet aan hem is bekendgemaakt (art. 60b lid 11 BVVN).

De vervaltermijn van één jaar is opgeschort, indien sprake is van bezwaar- en beroep tegen het besluit over de wijze van bekendmaking van de optiebevestiging en/of de wijze van aflegging van de verklaring van verbondenheid.

 

Om te voorkomen dat het besluit daardoor zou vervallen, is bepaald dat de termijn van één jaar door het instellen van bezwaar of beroep wordt opgeschort totdat daarop onherroepelijk is beslist. De vervaltermijn van één jaar wordt stopgezet op het moment dat de burgemeester of de rechtbank het bezwaar- dan wel beroepschrift heeft ontvangen. Het gaat weer lopen op het moment dat de beslissing van de burgemeester of de rechtbank onherroepelijk is geworden en dus geen rechtsmiddelen meer openstaan.

 

De termijn loopt dan na de beslissing in bezwaar of beroep verder en vangt niet opnieuw aan. Onder beroep wordt mede hoger beroep begrepen (art. 60b lid 11 BVVN).

 

Meer informatie:

Art. 60b lid 11 BVVN

Vraag 4

De Nederlandse Marga kwam tijdens de vakantie van haar Nederlandse moeder in 1984 op het eiland Jersey ter wereld. Zowel haar moeder als Marga zijn niet getrouwd en nooit getrouwd geweest. Marga bevalt tijdens haar vakantie op het eiland Man van een dochter Mimi.

Welke nationaliteit(en) heeft Mimi?

 

Antwoord

a) Mimi heeft de Nederlandse nationaliteit en door de geboorte op het eiland Man tevens het Brits Citizenship (Brits staatsburgerschap) verkregen, want ook moeder Marga was in Groot-Brittannië geboren.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Mimi is geboren uit een moeder die zelf ook in Groot-Brittannië is geboren. Daardoor verkrijgt Mimi het Britse Citizenship naast de Nederlandse nationaliteit.

Meer informatie:

Verenigd Koninkrijk, onderdeel: Nationaliteit – Toelichting – Algemeen

Art. 1 lid 1 British Nationality Act 1981

Vraag 5

De leden van de gemeenteraad worden gekozen door:

 

A: Door inwoners die op de verkiezingsdag 18 jaar zijn en ingeschreven staan op de verkiezingsdag in de BRP en niet zijn uitgesloten van het kiesrecht.

B: Door inwoners die de Nederlandse nationaliteit hebben, niet zijn uitgesloten van het kiesrecht, op de verkiezingsdag 18 jaar zijn en op de dag van kandidaatstelling ingeschreven staan in de BRP.

C: Door inwoners die de Nederlandse nationaliteit hebben en EU-onderdanen die niet zijn uitgesloten van het kiesrecht, op de verkiezingsdag 18 jaar zijn en op de dag van kandidaatstelling ingeschreven staan in de BRP.

D: Door inwoners die de Nederlandse nationaliteit hebben, EU-onderdanen en niet EU-onderdanen die tenminste 5 jaar legaal in Nederland verblijven en die niet zijn uitgesloten van het kiesrecht, op de verkiezingsdag 18 jaar zijn en op de dag van kandidaatstelling ingeschreven staan in de BRP.

Antwoord

d) Door inwoners die de Nederlandse nationaliteit hebben, EU-onderdanen en niet EU-onderdanen die tenminste 5 jaar legaal in Nederland verblijven en die niet zijn uitgesloten van het kiesrecht, op de verkiezingsdag 18 jaar zijn en op de dag van kandidaatstelling ingeschreven staan in de BRP.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Art. B3 Kieswet

Vraag 6

Adam is in 1961 in Schotland buiten huwelijk geboren als kind van de Nederlandse Bertine. Adam wordt erkend door de Brit Cliff, die in 1965 met Bertine in het huwelijk treedt. Sinds het midden van de jaren zestig is Adam in het bezit van een Brits paspoort. Adam studeerde rechten in Edinburgh en werkte van 1987 tot 1999 in Londen. Adam werkt sinds het jaar 2000 in Brussel als ambtenaar van de Europese Commissie. In het donkere vooruitzicht van de komende Brexit vraagt hij zich wanhopig af, of hij recht heeft op de Nederlandse nationaliteit. Hij kan zich niet herinneren, dat hij ooit een Nederlands paspoort heeft gehad.

 

U bestudeert zijn geval en komt tot de volgende juiste conclusie:

Antwoord

b) Adam is geen Nederlander meer, maar kan het Nederlanderschap door de bevestiging van een optieverklaring verkrijgen

Toelichting en vindplaats kennisbank

Opgemerkt zij, dat Adam als Nederlands kind is geboren. Omdat hij in het Verenigd Koninkrijk is geboren, werd hij direct bij geboorte al Brit (tot 1983 gold in het Verenigd Koninkrijk het ius soli), zodat de erkenning geen effect op zijn nationaliteit kon hebben, art. 6 lid 1 onder i Rijkswet op het Nederlanderschap. Adam is echter in elk geval zijn Nederlanderschap verloren wegens 10-jarig verblijf buiten Nederland in het land van zijn geboorte en waarvan hij tevens de nationaliteit bezit, art. 15 onder c Rijkswet op het Nederlanderschap.

Meer informatie:

Art. 6 lid 1 onder i Rijkswet op het Nederlanderschap

Art. 15 onder c Rijkswet op het Nederlanderschap

Vraag 7

Wanneer kan een asielzoeker niet worden ingeschreven in de BRP?

Antwoord

c) Wanneer hij asiel heeft aangevraagd, verblijft in een opvangcentrum en vier maanden in Nederland is.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Art. 21 onder f Besluit BRP

Vraag 8

De in Nederland geboren en woonachtige Nederlands-Turkse Elif Demir trouwt in Turkije met Recep Kaya. Zij verkrijgt daardoor de naam Kaya. Elif blijft in Nederland woonachtig. Na enkele jaren wordt dit huwelijk in Turkije door echtscheiding ontbonden. Bij de inschrijving van haar huwelijk (in Den Haag of BRP) heeft ze gekozen voor de toepassing van Turks recht (dus de geslachtsnaam Kaya) en dat is in een latere vermelding op haar geboorteakte aangetekend.

 

Heeft de echtscheiding in Nederland gevolgen voor haar naam?

Antwoord

c) Elif kan zowel voor het Turkse als voor het Nederlandse recht kiezen. Kiest zij voor het Nederlandse recht, dan behoudt zij de naam Kaya. Kiest zij voor het Turkse recht, dan kan zij haar meisjesnaam Demir weer terugvragen. De keuze is eenmalig en dient d.m.v. een LV te worden toegevoegd aan de geboorteakte.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Elif bezit twee nationaliteiten bezit, daarom kan zij een rechtskeuze maken. Kiest zij voor het Turks recht, dan moet zij de rechterlijke uitspraak overhandigen en een nieuw Turks paspoort overleggen waaruit de wijziging blijkt. Kiest zij voor het Nederlandse recht, dan verandert de naam niet door de echtscheiding.

Meer informatie:

Turkije: Huwelijksnaam

Uitleg: Namen en titels, onder: Naam van een persoon die verbonden is (geweest) in een huwelijk of geregistreerd partnerschap

Vraag 9

Een gemeentelijk stembureau:

 

A: Wordt ingesteld door de burgemeester en bevat minimaal 4 leden en maximaal 7 leden.

B: Burgemeester en Wethouders stellen minimaal één stembureau in en dit stembureau bevat minimaal 3 leden en maximaal 7 leden.

C: Door Burgemeester en Wethouders worden voldoende stembureaus ingesteld. Deze bevatten minimaal 3 leden en maximaal 7 leden.

D: Burgemeester en Wethouders stellen minimaal één stembureau in en zijn vrij om het aantal leden te bepalen.

Antwoord

b) Burgemeester en Wethouders stellen minimaal één stembureau in en dit stembureau bevat minimaal 3 leden en maximaal 7 leden.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Art. E3 Kieswet

Art. E1 Kiesbesluit

Vraag 10

Jan Antoni, baron Van der Vlist van Voorst is pas getrouwd met Janneke, Gravin Corbijn Van Ochtendsloot. Omdat de adellijke tak Corbijn Van Ochtendsloot dreigt uit te sterven, willen zij dat hun kinderen deze naam erven en hebben ze dit bij de ABS laten vastleggen. Het eerste kind wordt aangegeven met de voornamen Jan Godefroy Antoni.

 

Met welke namen en adellijke titels en/of predicaten wordt Jan Godefroy Antoni in de geboorteakte opgenomen?

Antwoord

d) Jan Godefroy Antoni, Corbijn Van Ochtendsloot.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Volgens art. 5 lid 11 Burgerlijk Wetboek Boek 1 gaat de adeldom van de vader niet over op zijn kind indien dit niet zijn geslachtsnaam verkrijgt. Een adellijke titel vererft niet via de vrouwelijke lijn.

Meer informatie:

Art. 5 lid 11 Burgerlijk Wetboek Boek 1

Vraag 11

Een burger is vanuit een Nederlandse gemeente een jaar geleden in uw gemeente ingeschreven, hij had een geldig huurcontract voor een jaar en kon zich legitimeren. Er komen nieuwe bewoners op het adres wonen en bij onderzoek blijkt nu dat hij al na drie maanden niet meer op het adres woonachtig was, maar naar Duitsland te zijn vertrokken.

Mag u de PL verwijderen, omdat de man nooit aan de voorwaarden voor inschrijving heeft voldaan?

Antwoord

b) Nee, op het moment van aangifte voldeed de man aan de voorwaarden voor inschrijving. De procedure ambtshalve opschorting PL i.v.m. vertrek buitenland zal moeten worden gestart. De man moet in de gelegenheid worden gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Op het moment van aangifte voldeed de man aan de voorwaarden voor inschrijving. Er is dus geen sprake van een ten onrechte opgenomen PL, zoals bedoeld in procedure 7.3.2.4 van de HUP. Omdat de man zelf geen aangifte van zijn vertrek naar het buitenland heeft gedaan is er een adresonderzoek gestart (6.9 HUP). De man wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken, voordat het besluit wordt genomen de PL wegens vertrek naar Duitsland op te schorten.

Meer informatie:

Onterechte intergemeentelijke adreswijziging: 3.2.4 HUP

Onderzoek van gegevens: 9 HUP

Vraag 12

Waarnemers in het stemlokaal:

 

A: Internationale waarnemers in het stemlokaal worden pas toegelaten als de voorzitter van het stembureau daar toestemming voor heeft gegeven.

B: De minister van Binnenlandse Zaken verstrekt de waarnemer een speciaal legitimatiebewijs. Dit bewijs wordt door de waarnemer zichtbaar op de kleding gedragen.

C: De minister van Buitenlandse Zaken verstrekt de waarnemer een speciaal legitimatiebewijs. Dit bewijs wordt door de waarnemer zichtbaar op de kleding gedragen.

D: Een internationale waarnemer mag zich mengen in de verkiezingsprocedure en aanwijzingen geven.

Antwoord

c) De minister van Buitenlandse Zaken verstrekt de waarnemer een speciaal legitimatiebewijs. Dit bewijs wordt door de waarnemer zichtbaar op de kleding gedragen.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Art. J39 Kieswet

Art. J40 Kiesbesluit

Vraag 13

Jan heeft een dubbele nationaliteit: naast het Nederlanderschap bezit hij ook de nationaliteit van Verweggistan. Hij wordt opgeroepen voor het vervullen van zijn dienstplicht in Verweggistan. Met tegenzin doet hij dat. Nadat hij zijn dienstplicht heeft vervuld, keert hij terug naar Nederland. De vraag komt op of hij niet door het vervullen van vreemde militaire dienst zijn Nederlanderschap is verloren.

 

Welke van de volgende stellingen is juist?

Antwoord

a) Hij heeft zijn Nederlanderschap niet verloren.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Het gaat niet om vrijwillig in vreemde krijgsdienst gaan (dan zou art. 14 lid 3 Rijkswet op het Nederlanderschap aan de orde zijn), maar om militaire dienstplicht.

Meer informatie:

Art. 14 lid 3 Rijkswet op het Nederlanderschap

Vraag 14

Een moeder vraagt voor zichzelf en haar 17-jarige dochter verstrekkingsbeperking van hun persoonsgegevens aan. De moeder en vader hebben samen het ouderlijk gezag.

 

Registreert u dit verzoek in de BRP?

Antwoord

a) Nee, de dochter moet het zelf aanvragen of haar moeder machtigen.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Het verzoek wordt op grond van art. 2.59 Wet BRP ingediend door de ingeschrevene van 16 jaar of ouder. Voor kinderen jonger dan 16 jaar wordt het verzoek ingediend door de ouders, voogd of verzorger van het kind. De curator dient een verzoek in voor de onder curatele gestelde. Het verzoek wordt ingediend in de woonplaats van de ingeschrevene.

Meer informatie:

Art. 2.59 Wet BRP

Vraag 15

Atif en Bibha zijn in 2007 in Bangladesh, het land van hun nationaliteit, gehuwd. In 2017 zijn zij naar Nederland verhuisd. In 2018 zijn zij in Bangladesh gescheiden door middel van een eenzijdige verstoting door Atif. Bibha was het er helemaal niet mee eens en heeft daartegen bij zijn familie fel geprotesteerd.  Deze ontbindingsvorm is volgens het recht van Bangladesh rechtmatig en kent daar ook alle rechtsgevolgen van de ontbinding.

 

Wordt de ontbinding door de eenzijdige verklaring in Nederland erkend?

Antwoord

a) Nee, het betreft een eenzijdige verstoting. Bibha heeft ertegen geprotesteerd bij de familie van Atif, maar zij heeft niet uitdrukkelijk of stilzwijgend met de verstoting ingestemd.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Art. 58 Burgerlijke Wetboek Boek 10 bepaalt dat een ontbinding door een uitsluitend eenzijdige verklaring van een der echtgenoten wordt erkend, indien:

 

A: de ontbindingsvorm overeenstemt met het nationale recht van de echtgenoot;

B: de ontbinding in de staat waar zij geschiedde ook rechtsgevolg heeft, en;

C: duidelijk blijkt dat de andere echtgenoot uitdrukkelijk of stilzwijgend met de ontbinding heeft ingestemd dan wel daarin heeft berust.

Bibha heeft niet voldaan aan het vereiste van art. 58 sub c Burgerlijke Wetboek Boek 10.

Meer informatie:

Art. 58 Burgerlijke Wetboek Boek 10

(Typefouten voorbehouden. Aan de inhoud van deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend.)