Kennisquiz VIND Burgerzaken

Foto kennisquiz

Antwoorden met toelichting en verwijzing naar de kennisbank

Hieronder kunt u nogmaals de vragen teruglezen van de Kennisquiz VIND Burgerzaken 2017 met daarbij het juiste antwoord, een toelichting hierop en een verwijzing naar de plaats in de kennisbank waar u het onderwerp terug kunt vinden.

Vraag 1

Twee mannen met de Letse nationaliteit werken in Nederland en willen hier een geregistreerd partnerschap aangaan om daarna weer terug te gaan naar Letland. Letland (er)kent echter geen geregistreerd partnerschap. Kunnen zij hier een geregistreerd partnerschap aangaan en hoe wordt dat in Letland beoordeeld?

Antwoord

c) Ja. Zij kunnen een geregistreerd partnerschap aangaan volgens artikel 10:60 BW. Hun geregistreerd partnerschap zal in Letland niet worden erkend. Hun relatie zal in Letland echter wel worden beschouwd als een aantoonbare duurzame relatie. De juridische gevolgen kunnen dan wel verschillend zijn met die in Nederland.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Op de partnerschapsregistratie is Nederlands recht van toepassing. Artikel 10:60 BW . Het doet er niet toe welke nationaliteit men heeft. Vind Burgerzaken geeft bij het IBS-onderdeel “Letland” aan dat dit land geen geregistreerde partnerschappen kent.

Volgens de EU-site worden geregistreerde partnerschappen in de EU landen die geen geregistreerde partnerschappen kennen, beschouwd als aantoonbare duurzame relaties waarbij er verschillen in juridische gevolgen kunnen bestaan zoals voor werk- en verblijfsrecht, erfrecht of eigendomsrecht. 

Vraag 2

William Winkel is in 1990 geboren in New South Wales (Australië) als zoon van de ongehuwde Australische Marilene Madon. Marilene leefde ten tijde van de geboorte van William al geruime tijd samen met de Nederlander Johan Winkel. Johan was ten tijde van de geboorte echter gehuwd met een andere vrouw, Aline Ashton. Naar het ten tijde van de geboorte van William geldende recht van New South Wales werd William geacht het kind te zijn van de man met wie zijn moeder ongehuwd samenwoonde. In 2010 komt het gerechtshof van New South Wales tot de conclusie dat deze voorwaarde al ten tijde van Williams geboorte was vervuld, zodat hij geacht moet worden al sinds 1990 de zoon van Johan Winkel te zijn. De vraag komt op welke gevolgen dit heeft voor de nationaliteitsrechtelijke positie van William. Welke van de volgende stellingen is juist?

Antwoord

b) William is Nederlander.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Zie Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:293, Jurisprudentie Vreemdelingenrecht 2016, nr. 114, p. 521-527

Vraag 3

Een nieuwe inwoner van Nederland doet aangifte van verblijf en adres in zijn woongemeente om ingeschreven te worden in de BRP. Op welk moment moet de gemeente hem informeren over zijn recht op verstrekkingsbeperking?

Antwoord

a) Bij gelegenheid van de aangifte

Toelichting en vindplaats kennisbank

Zie artikelsgewijze uitleg Wet BRP art. 2.54

Vraag 4

U ontvangt het  schriftelijke verzoek  van een nieuwe plaatselijke politieke partij Burgerbelangen tot registratie van de naam van de partij in het register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden.

Bij het doorlezen van de statuten van de partij valt u op dat de doelstellingen van partij mogelijk in strijd  zijn met de openbare orde. Wat adviseert u het centraal stembureau?

 

Antwoord

c) U toetst de naam aan de afwijzingsgronden genoemd in artikel G3 van Kieswet en adviseert de naam te registreren in het register

Toelichting en vindplaats kennisbank

Omdat de naam niet in strijd is met de afwijzingsgronden, genoemd in artikel G3 van de Kieswet, voldoet het verzoek tot registratie.

Meer informatie:

http://portal.vindburgerzaken.nl/doc/291047/kieswet/hoofdstuk-g-de-registratie-van-de-aanduiding-van-een-politieke-groepering/

Vraag 5

Een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand van Utrecht voltrekt in de gemeente Utrechtse Heuvelrug op vrijdag 8 december 2017 een huwelijk. De babs meent nog steeds bevoegd te zijn om in Utrechtse Heuvelrug huwelijken te voltrekken, omdat hij in 2010 voor 4 jaar als babs in deze gemeente huwelijken / partnerschappen  is benoemd. Zijn benoeming is in 2014 beëindigd  doordat de benoemingstermijn is verstreken. De gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft nagelaten dit te controleren en hem te herbenoemen.

In januari 2018 stelt men in Utrechtse Heuvelrug vast dat het huwelijk door een onbevoegde babs (uit Utrecht) is gesloten. Men vraagt zich af of het huwelijk nietig is en de akte moet worden doorgehaald door de rechtbank. Welk antwoord is juist?

Antwoord

a) Het huwelijk is niet van rechtswege nietig, maar kan wel op verzoek van een beperkte groep van personen door de rechtbank nietig verklaard worden.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Van toepassing is art. 70 BW1.: Hierin is bepaald dat op verzoek van de ouders, de echtgenoten zelf en het openbaar ministerie het huwelijk nietig verklaard kan worden als het voltrokken is ten overstaan van een niet bevoegde ambtenaar. De persoon die het huwelijk heeft voltrokken is wel babs, maar onbevoegd een huwelijk te voltrekken in Utrechtse Heuvelrug. Indien één van de genoemde personen het huwelijk nietig wil laten verklaren moet hij/zij een advocaat een verzoek tot nietigverklaring laten indienen bij de rechtbank.  De officier kan uiteraard zelf een verzoek indienen.

Wordt door geen van de partijen om nietigverklaring verzocht dan blijft dit altijd als het zwaard van Damocles boven het huwelijk hangen, tenzij het huwelijk zolang bestaat dat de rechter zal zeggen dat een dergelijk verzoek verjaard is.

Opgemerkt wordt dat het hier gaat om een babs die wel babs ten tijde van de voltrekking van het huwelijk, maar niet bevoegd was in de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Indien het huwelijk zou zijn voltrokken door een persoon wiens benoemingstermijn was verstreken dan wordt het huwelijk als non-existent beschouwd en dat zou moeten leiden tot doorhaling van de akte.

Zie ook Burgerlijke Stand, Huwelijk en huwelijksvoltrekking à 2.2.2. Nietigverklaring van een huwelijk:

Vraag 6

Een burger staat in de BRP geregistreerd met de geboortedatum 00-00-1961. Hij weet op welke dag en maand hij jarig is. Hij vraagt om correctie van de onbekende datum. Hoe kunt u zijn verzoek honoreren?

Antwoord

b) Als hij geen sterker brondocument kan overleggen, dan kan de burger onder eed of belofte verklaren op welke dag hij is geboren. U ontleent de datum aan deze verklaring.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Zie ook Artikelsgewijze uitleg art. 2.17 Wet BRP en 3.3.6.13 van de Handleiding Uitvoeringsprocedures

Vraag 7

Twaalf jaar geleden beviel Aagje B. van een doodgeboren zoon Vedor. De toen geldende wettelijke regel bood geen mogelijkheid om een geboorteakte op te maken van Vedor. Kan Aagje alsnog een akte van geboorte laten opmaken die wordt opgenomen in het register van geboorten?

Antwoord

b) Nee, alhoewel het feit dat de geboorte al lang is geleden er verder niet toe doet, kan de geboorteakte niet in het register van geboorten worden opgenomen.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Sinds 1 juli 2017 is het Boek 1 BW artikel 19j aangepast. Vanaf die datum wordt in plaats van een akte van een levenloos geboren kind een geboorteakte opgemaakt die in plaats van in het geboorteregister, in het overlijdensregister wordt opgenomen en niet in het geboorteregister. Deze wijziging komt tegemoet aan een sterk gevoelde wens van ouders van een levenloos geboren kind. Gebleken is dat zij grote moeite hebben met de voor 1 juli 2017 geldende akte levenloos geboren kind, omdat de aanduiding levenloos geboren miskent dat hun kind feitelijk heeft bestaan. Zie Vind Burgerzaken, Uitleg Aangifte van overlijden.

Vraag 8

Burgemeester en wethouders kunnen in hun gemeente mobiele stembureaus aanwijzen. De openingstijden van een mobiel stembureau zijn:

Antwoord

b) De openingstijden worden door burgemeester en wethouders bepaald.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Burgemeester en wethouders bepalen de openingstijden van een mobiel stembureau. Meer informatie vindt u in de kennisbank  in de uitleg van artikel J 4a van de Kieswet.

Vraag 9

Het vrijwillig verwerven van een vreemde nationaliteit heeft in beginsel verlies van het Nederlanderschap tot gevolg. Op deze regel bestaan evenwel uitzonderingen. Welke van de volgende gevallen behoort niet tot deze uitzonderingen, zodat het Nederlanderschap wordt verloren?

Antwoord

c) Een in Nederland wonende Nederlander wordt Maltees; hij is geboren in Valetta (Malta).

Toelichting en vindplaats kennisbank

Betrokkene woont ten tijde van de verwerving van de Maltese nationaliteit in Nederland en niet in Malta. De uitzondering van art. 15 lid 2 onder a Rijkswet op het Nederlanderschap is daarom niet van toepassing. Bij dit antwoord wordt er van uit gegaan dat wonen in Nederland impliceert dat betrokkene geen hoofdverblijf in Malta heeft. Zie voor de definitie van hoofdverblijf: art. 1 lid 1 onder h Rijkswet op het Nederlanderschap.

Vraag 10

Een nieuwbakken vader meldt zich aan uw balie om de geboorte van zijn dochter aan te geven. Bij controle van zijn persoonsgegevens blijkt dat er geen gegevens omtrent een huwelijk of geregistreerd partnerschap zijn geregistreerd in de Basisregistratie personen. Hij overlegt evenwel een niet-geapostilleerde huwelijksakte uit Las Vegas. Wat voor ‘soort’ akte maakt u op?

Antwoord

b) Een akte van geboorte van een kind dat in familierechtelijke betrekking staat tot de moeder en haar echtgenoot.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Officiële Mededeling 1/2002 optie 3. Vooruitlopend op het overleggen van de geapostilleerde huwelijksakte kunt u een geboorteakte opmaken van een kind dat in familierechtelijke betrekking tot beide ouders staat. U dient betrokkene evenwel op het hart te drukken om zo spoedig mogelijk de akte te overleggen zodat de Basisregistratie personen kan worden geactualiseerd.

Vraag 11

Janusz Vladenski doet aangifte van vestiging vanuit Polen. Hij heeft jaren aardbeien geplukt in Nederland, jaarlijks van juni tot en met augustus. Nu heeft hij een huurovereenkomst en verklaart dat hij permanent  in Nederland gaat wonen. U vraagt de PL op bij RNI en ontvangt deze PL. Wat doet u met de PL van Janusz?

Antwoord

c) Vaststellen van alle gegevens op de PL en eventueel corrigeren. Ontbrekende gegevens worden opgenomen aan de hand van brondocumenten of de standaardwaarde wordt opgenomen in cat. 02 en 03. Als de gegevens juist zijn, wordt de procedure sterker brondocument uitgevoerd.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Op grond van artikel 2.63, lid 3 Wet BRP moeten de gegevens van een persoon die vanuit RNI een ingezetene wordt opnieuw worden vastgesteld.

Zie ook: HUP 4.1: Ad 7. Actualiseren van de persoonslijst:

Voordat de persoon als ingezetene opgenomen kan worden in de BRP, moet de RNI – PL worden vastgesteld.

De ontbrekende (verplichte) categorieën worden aan de hand van overgelegde brondocumenten geactualiseerd. Daarnaast moeten ook de categorieën die zijn opgenomen op de RNI – PL worden gecontroleerd en, wanneer nodig, worden geactualiseerd, gecorrigeerd of de procedure ‘Sterker brondocument’ uitgevoerd. Voor een beschrijving van de te actualiseren categorieën, zie procedure HUP 4.1.

Wanneer iemand zich komt vestigen, dan moet de gemeente van inschrijving de categorieën op de RNI PL opnieuw vaststellen. Dit betekent dat wordt bekeken of deze gegevens overeenkomen met de voorschriften zoals deze gelden voor ingezetenen in de wet BRP, het LO en de HUP.  Wijkt een categorie af van de wet en regelgeving voor ingezetenen, dan moet deze categorie aan de hand van de brondocumenten conform art. 2.8 opnieuw worden vastgesteld.

Vraag 12

Van een inwoner van uw gemeente wordt in de BRP de voornaam gecorrigeerd. De wijziging wordt verwerkt in de BRP. Hij is 10 jaar geleden gehuwd geweest maar dat huwelijk werd na twee jaar beëindigd door echtscheiding. Welke gevolgen heeft de correctie van zijn naam op de persoonslijst van zijn ex-echtgenote?

Antwoord

c) De naamcorrectie moet worden doorgevoerd in de categorie 55 waarin het huwelijk is opgenomen.

Vraag 13

Sinds 1867 komt in de geboorteakten van de familie De Hen het predicaat jonkheer/jonkvrouw voor. Onlangs kwam een onderzoeker erachter dat de familie de Hen dat predicaat nooit via de daarvoor wettelijke gronden heeft gekregen. De familie is wel sinds vele generaties als van adel behandeld. Kan het predicaat na zo veel jaren nog worden ontnomen?

Antwoord

d) De wet geeft limitatief een opsomming van de wijze van verkrijging. Daarenboven zou toewijzing van het verzoek ertoe leiden dat de rechter een adellijk predikaat verleent dan wel een foutief verleend predikaat bekrachtigt. De wet laat daartoe geen ruimte; het verlenen van adeldom is voorbehouden aan de Kroon.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Zie hiervoor de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 22 september 2006 ECLI:NL:RBROT:2006:BW4217. Er is geen sprake van het opgenomen zijn van het predicaat “[adellijke titel]” in het Filiatieregister. Aan de orde is alleen de vraag of het predicaat “[adellijke titel]” ten onrechte is opgenomen in de betreffende geboorteakte.

Vraag 14

Een Nederlandse man (Janssen) heeft in Nederland de ongeboren vrucht bij zijn Belgische vriendin (Pieters) erkend. Bij de erkenning hebben ze gekozen voor de geslachtsnaam van de erkenner. De relatie blijkt evenwel van korte duur en nog voor de bevalling vertrekt de vrouw naar België.

Het kind wordt in Leuven geboren, bij de aangifte wordt het afschrift van de erkenningsakte overgelegd. De Belgische collega maakt een geboorteakte op en neemt Janssen Pieters als geslachtsnaam op.

De heer Janssen overlegt de geboorteakte van zijn kind met een bewijs van in leven zijn en verzoekt het kind te registreren op zijn persoonslijst. Met welke geslachtsnaam registreert u het kind in categorie 09?

Antwoord

c) Janssen Pieters

Toelichting en vindplaats kennisbank

Op grond van artikel 10:24 BW dient de geslachtsnaam die is vastgelegd in de geboorteakte te worden geaccepteerd. De naamkeuze kan in België niet voor geboorte (expliciet vermeld in de omzendbrief bij de nieuwe naamwetgeving mei 2014). We moeten dit als een geval van onenigheid beschouwen en de dubbele naam in alfabetische volgorde toekennen.

Vraag 15

Op zaterdag 28 oktober 2017 is W.C. Potjes in Eurodam overleden. In verband met de overkomst van zijn zoon uit Nieuw-Zeeland kan de begrafenis niet eerder plaatsvinden dan 8 november. De abs vraagt zich af of naast het uitstel van de burgemeester nog een verlof tot begraven vereist is. Welk antwoord is juist?

Antwoord

b) Ja, dat is wel vereist, want in alle gevallen kan begraven of cremeren van lijken uitsluitend plaatsvinden met een schriftelijk verlof van de abs.

Toelichting en vindplaats kennisbank

Een begraving of crematie van een lijk mag ingevolge art. 11 Wet op de lijkbezorging (http://portal.vindburgerzaken.nl/doc/296031/ ) uitsluitend plaatsvinden nadat de abs een schriftelijk verlof daartoe heeft afgegeven.

Zie ook Burgerlijke Stand Ambtenaar van de burgerlijke stand en de Wet op de lijkbezorging punt 4. Het verlof tot begraven of crematie.

(Typefouten voorbehouden. Aan de inhoud van deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend.)